Voorgeschiedenis |
Parijs (1886-1888) In Parijs woont Vincent bij zijn broer Theo. Hij verdiept zich meer in de Japanse schilderkunst en prentkunst, die ook in Parijs bij schilders en schrijvers sterk in de belangstelling staat. Verwerkt deze invloed in schilderijen en tekeningen. Maakt kennis met het werk van impressionisten (o.a. Monet Pissaro en Degas) en van de neo-impressionisten, ook wel pointillisten genoemd (o.a. Seurat en Signac). Zonder zich aan deze schilderkunstige visies geheel over te geven ontstaat er in de stillevens, zelfportretten (28 stuks) en stadsgezichten, die hij in Parijs schildert, een aanzienlijk helderder kleurgebruik. In plaats van donkere grijzen en bruinen kiest hij geleidelijk aan zuivere kleuren zoals rood, geel, blauw en hun mengkleuren oranje, groen en violet. Brief 459a, maart 1886 Werkt op het atelier van Cormon, waar hij verschillende belangrijke schilders leert kennen. O.a. Pissaro, Toulouse-Lautrec, Signac, Bernard en Gauguin. Van Gogh bevindt zich in deze tijd tussen twee heersende en botsende artistieke opvattingen in: die van de boven genoemde neo-impressionisten enerzijds en die van Bernard en Gauguin anderzijds. Noch de beoogde objectieve weergave van de werkelijkheid van de eerste, door middel van de toon (licht/donker) en de scheiding van de kleur door het naast elkaar plaatsen van verftoetsen, noch de vlakke, meer decoratieve wijze van schilderen van de laatsten konden Van Gogh volledig overtuigen. Hij gaat zijn eigen weg. Vincent vertrekt in februari 1888 naar Zuid-Frankrijk, waar hij hoopt te kunnen werken zoals hij vroeger in Brabant deed. |