|
Voorgeschiedenis
1853
Vincent Willem van Gogh wordt op 30 maart 1853 geboren te Zundert bij
Breda - in de provincie Noord-Brabant - als oudste zoon van dominee Theodorus
van Gogh en Anna Carbentus.

Foto: Geboortehuis, Zundert
1857
Geboorte van Vincents broer Theo die ook een belangrijke rol speelt in
het leven van Vincent.
1864 - 1865
Kostschool in Zevenbergen
1866 - 1868
Leerling van Rijks H.B.S. te Tilburg. Stopt zijn studie en verblijft te
Zundert.
1869
Vincent verhuist naar Den Haag en wordt bediende in de kunsthandel Goupil
& Co, dat filialen heeft te Londen en Parijs.

Foto: Vincent op 18-jarige leeftijd
1872
Begin van de briefwisseling tussen Vincent en Theo.
1873
Wordt in mei overgeplaatst naar het filiaal van Goupil & Co inLonden.
Hij woont bij Mrs Loyer en wordt verliefd op de dochter des huizes die
hem afwijst.
1874
Werkt in oktober en november bij het filiaal in Parijs, gaat daarna terug
naar Londen, maar wordt tenslotte toch definitief in Parijs aangesteld.
Zijn religieuze gedrevenheid treedt steeds meer naar voren en de handel
in kunst trekt hem niet meer aan.
1876
In april wordt hij ontslagen door de opvolgers van de firma Goupil, Boussod
en Valadon. Voor deze twee kunsthandelaars werkt later Theo. Vincent wordt
hulponderwijzer op een school te Ramsgate in Engeland. Deze school wordt
enkele maanden later verhuisd naar Islewort bij Londen en Vincent gaat
mee. Met kerstmis gaat hij terug naar het ouderlijke huis te Etten, Noord-Brabant.
1877
Werkt van januari tot april als bediende bij de boekhandel Blussé
en Van Braam te Dordrecht. Wil theologie gaan studeren om dominee te worden.
Bereid zich in mei voor met het oog op de toelating tot de universiteit.
Houdt zich veel bezig met theologische vraagstukken die hem in strijd
met de ware geest van het evangelie lijken.
1878
Geeft deze studie op en keer terug naar de pastorie te Etten. Houdt echter
vast aan zijn ideaal om evangelist te worden. Gaat in augustus naar Brussel
om hiertoe een opleiding te volgen. Zonder deze cursus af te maken trekt
hij naar de Belgische mijnstreek, de Borinage, om daar als evangelisr
te gaan werken temidden van de mijnwerkers die daar een uiterst armoedig
bestaan leiden. In Wasme, waar hij is aangesteld, houdt hij bijbellezingen,
geeft les en verpleegt zieken. Wordt niet herbenoemd. Vertrekt daarom
naar Cuesmes waar hij opnieuw als evangelist werkt. Ook hier mislukt hij
als zodanig en wordt ontslagen. Daarna verkeert hij in armoede, wanhoop
en eenzaamheid. Hij begint te tekenen.
1880
In de zomer van dit jaar wordt hij zich bewust van zijn roeping als kunstenaar.
Aan zijn broer Theo schrijft hij:
Brief 136, augustus 1880:
... Ik heb tot mezelf gezegd: Ik zal mijn potlood weer opnemen, ik zal
mij weer aan het tekenen zetten, en van toen aan is alles voor mij veranderd
...
Hij maakt tekeningen van mijnwerkers en kopieën naar werk van J.F.
Millet (1816-1879), de Franse schilder van het boerenleven. Trekt naar
het atelier van de dichterschilder Jules Breton in Courriere, Frankrijk,
zonder hem overigens te ontmoeten.
Brief 133, juli 1880
... Ik ben een hartstochtelijk mens en maar al te snel geneigd tot het
verrichten van min of meer ondoordachte roekeloze handelingen, waarvan
ik later min of meer spijt van heb. Ik praat of handel wel eens iets te
snel in plaats van eerst eens wat beter te luisteren. Ik denk dat andere
mensen ook wel eens zo onbezonnen zullen zijn. Zo zit het er nu eenmaal
mee, wat kan ik daaraan doen? Moet ik me beschouwen als een gevaarlijk
mens, die tot niets behoorlijks in staat is? Ik denk van niet. Het gaat
er juist om dat we uit alle macht proberen uit zulke hartstochten munt
te slaan ...
|